Zaterdagochtend
Ik sta op de stoep en ik roep: “kwart voor zeven!”. Bijna rijd je tegen een al vaker gebutste lantaarnpaal halverwege de daling van mijn straat. Blozend kijk je om. Ik voel de glinstering in mijn ogen bij het aanzicht van jouw klunzigheid. Blozen, kan men nog iets mooiers aanschouwen? Blozen onder de witte lakens misschien. Je steekt je duim op, goedkeuring. Sprak ik daarnet over perfectie? Ik houd niet van mensen die een duim opsteken. Je lacht en daarmee verdwijnt mijn afkeurende gedachte. Ik wil het woord mooi op je schrijven maar het zegt niet genoeg.
levensratel