Sabella
In de donkerte van het najaar stond ik met kippenvel de met eerlijk verdeelde tussenpauzes neerdalende druppels hardop te tellen. Aan de overkant van de gracht voor mijn huis zag ik het meisje met de groene regenjas. Haar donkerblonde krullen plakten steeds meer rond haar gezicht, ze glimlachte. Ze stond stil, keek omhoog en ik kon zien dat haar lippen ook de aantal waterbolletjes die haar huid streelden de wereld in probeerden te sturen. Even zag ik daar een toekomstperspectief in mijn hoofd, een vijfjarig lachje ontschoot mijn mond. In plaats van te dromen over de kreten die ik zou produceren bij het baren van zo’n kraaloog besloot ik een foto te maken, daarom stond ik immers buiten. Het meisje met de groene jas had me door, ze rende naar me toe en vroeg uit hoeveel regendruppels de lucht bestond. Ik weet het niet, Sabella. Mag ik ook proberen? vroeg deze vijfjarige. Toen ik mijn camera om haar nek had gehangen rende ze naar de brug die beide zijden van onze straat verbond, ze had daar een nat spinnenweb gezien die ze graag met mama wilde delen zonder dat ze de regen in hoefde. Vanuit ons raam zie ik Sabella voor het raam naar buiten turen, ik had beloofd de foto uit te printen zodat ze naar eigen zeggen, mama ongelofelijk kan verrassen.