Een vluchtige herinnering
In een hoekje zeven stappen rechts van het zoldergat lag ik met toegeknepen ogen het enige aanwezige raam te bespieden. Wit-grijze zachte pluisjes die wilden landen op het koude glas. Was hun doel om ooit de luchtstroming van buiten te ervaren? Was dit waar je een mens mee kon worden? Ik tuurde en tuurde en tuurde. Ik glimlachte wanneer ik een pluisje een zag worden met het glas. Een handtekening van een onbewuste aanwezigheid. toen ik geen pluisjes meer kon ontdekken liep ik naar het zoldergat, Klom naar beneden en vond een glas appelsap. papa’s handschrift: “Ik wou je pluisjeswereld niet verstoren maar ik dacht dat je wel dorst zou hebben. papa”